Claim je plek

Alek Dabrowski

We spreken overdag af in Café Floor. Het is druk met filmfestivalbezoekers. Ik weet niet meer wat hij dronk, maar ik zat aan de droge witte wijn. Misschien voorzag ik waar het naartoe ging. We wisselen eerst alle laatste nieuwtjes uit over onze (oud)-werkgever. Zo hoort dat.

Hij is meer op de hoogte en breekt met hart met ‘Paul gaat weg’ (mijn lievelingscollega, de eerste die mij heeft aangemoedigd om te gaan schrijven). We hebben het over onze bibliotheek. Een van de laatste openbare gebouwen waar je nog mag verblijven zonder verplichte consumptie, kaartje of lidmaatschap. Een plek waar je even mag bijkomen, kapothard studeren, boeken lezen, flirten, vechten om de ochtendkrant, werken aan je toekomst, dromen over je eerste eigen roman. Na 9 jaar was hij bored out in plaats van burned out. Hij heeft een leuke functie gehad als beleidsmedewerker. Maar hij moet kunnen sparren met de ander om tot adviezen te komen en hij merkt dat die ruimte er niet meer is.

Volgens hem werken er twee krachten bij veranderen ‘ik moet hier weg en ik wil ergens naartoe’. Die plek in de toekomst was voor hem niet vastomlijnd. Schrijven, lezen en denken. En adviseren. Dat is wat hij doet. Hij onderzocht de plek waar hij dat kon blijven doen. Het blijkt overal te kunnen. Twee dagen per week werkt hij voor Probiblio, een organisatie die bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland ondersteunt. Hij is bureauredacteur voor Awater, een tijdschrift voor poëzie. Hij adviseert mensen bij fondsenaanvragen. En minstens eenmaal per week werkt hij bij boekhandel Van Gennep op de Oude Binnenweg. Hij verslindt drie boeken per week en schrijft fanatiek recensies op zijn blog www.uitgelezenboeken.nl Het is een mengelmoes van betaald en niet-betaald werk. Hij houdt het bij in een urenregistratie. Elke borrel, vergadering en interview. Zodat hij ziet waar hij zijn tijd aan besteedt en of zijn inzet nog in verhouding staat tot wat het oplevert.

In opdracht interviewt Alek schrijvers. Binnenkort spreekt hij Marieke Lucas Rijneveld voor een literair genootschap in Schiedam. Hij heeft net haar boeken gelezen. Hij gebruikt zijn leesbeleving tijdens interviews en probeert samen met de schrijver in zijn of haar wereld te komen. Het gaat hem er niet om of het werkelijk is gebeurd. ‘Het is verzonnen en het is waar. Er zit geen onderscheid tussen. Is het verhaal mooi?’ Over mijn plan om te gaan schrijven is hij vurig. ‘Claim je plek!’ Ik fantaseer hem met een drie meter hoge vlag in zijn vuisten, woest wapperend op het dak van de Centrale Bibliotheek CLAIM JE PLEK! CLAIM JE PLEK! CLAIM JE PLEK! ‘Schrijf! Als je een plek hebt om te schrijven dan oefen je, dan ben je schrijver en bewijs je naar jezelf dat je schrijft.’ De plek maakt hem niet zoveel uit. Het internet, een persoonlijke blog, Instagram, een boek…een plek. Laatst gaf hij een lezing aan 2e jaars filosofiestudenten van de Erasmus Universiteit. Alek heeft filosofie gestudeerd. Hij verbaasde zich erover dat er maar drie studenten actief schreven en dit ook deelden met anderen. Hij vergelijkt filosoferen met schrijven. ‘Filosoferen is schrijven, is gedachten ordenen’.

‘Ja dag, te algemene vraag! Voor een deel is het toeval, voor een deel keuzes maken. Ik geloof niet in plannen wat je wil met je leven’.

Ik herinner mij opeens mijn keurig getypte lijst met vragen over kruispunten in je leven en valkuilen. Ik probeer het nog met ‘Waarom doe je wat je doet?’ ‘Ja dag, te algemene vraag! Voor een deel is het toeval, voor een deel keuzes maken. Ik geloof niet in plannen wat je wil met je leven’. Ik snap het wel. Bij plannen zit een soort van moeten en schept de verwachting dat je dan ook ‘moet’ slagen. Die filosofie van wat ik doe ik graag en waar kan ik dat doen, adopteer ik van hem.


Dit interview heb ik gehouden voor de eenmalige editie van Welke kant op? Een krant die ik heb uitgegeven tijdens mijn sabbatical in 2019. Hierin ging het over passies, wat je wil doen met je leven, hard werken, compassie en kwetsbaarheid. UPDATE! Alek heeft in 2020 een boek geschreven De vrijheid van drinken. Uitgegeven door Studio Kers, met illustraties van Gemma Plum.